|
Substantiation |
Er is momenteel geen enkele optimale behandeling voor patiënten met BCG-ongevoelige (BCG-U) ziekte die radicale cystectomie willen vermijden. De keuze voor bladder-sparing therapieën (BST) moet gepersonaliseerd worden, rekening houdend met de kenmerken van de patiënt, tumorattributen en de effectiviteit/toxiciteit van beschikbare middelen. Voor patiënten met BCG-U carcinoma in situ (CIS) worden gemcitabine/docetaxel (GEM/DOCE), nadofaragene firadenovec (NFF) en nogapendekin alfa inbakicept-pmln (NAI) + BCG aanbevolen, terwijl pembrolizumab alleen na andere opties mag worden overwogen vanwege systemische toxiciteit.
Voor patiënten met alleen papillaire tumoren zijn er ook verschillende behandelingsopties beschikbaar. Vanwege de bescheiden effectiviteit van de beschikbare behandelingen wordt deelname aan klinische proeven aangemoedigd, en de aanbevelingen van de IBCG wachten op de resultaten van belangrijke onderzoeken naar niet-goedgekeurde middelen.
De vraag is of CieBOM dit kan beoordelen op basis van de uitkomstmaten. Zo niet zal het door het Zorginstituut zonder oncologische criteria moeten worden beoordeeld. |