Uitgebreide indicatie Tafasitamab in combinatie met lenalidomide en rituximab voor de behandeling van volwassen patiënten met een gerecidiveerd of refractair folliculair ly
Therapeutische waarde Nog geen inschatting mogelijk
Totale kosten 4,130,000.00
Registratiefase Geregistreerd

Product

Werkzame stof Tafasitamab
Domein Hematologie
Reden van opname Indicatieuitbreiding IND
Hoofdindicatie Non-hodgkin lymfoom indolent
Uitgebreide indicatie Tafasitamab in combinatie met lenalidomide en rituximab voor de behandeling van volwassen patiënten met een gerecidiveerd of refractair folliculair lymfoom (FL) (graad 1-3a) na tenminste één eerdere systemische behandeling.
Merknaam Minjuvi
Fabrikant Incyte
Portfoliohouder Incyte
Werkingsmechanisme Anders, zie opmerkingenveld
Toedieningsweg Intraveneus
Toedieningsvorm Poeder voor oplossing voor infusie
Bekostigingskader Intramuraal (MSZ)
Expertisecentrum Het overgrote deel van de patiënten zal met name in de perifere centra worden behandeld. Expertisecentra zijn onder andere: Amsterdam UMC, Erasmus MC, Maastricht UMC+
Aanvullende opmerkingen Een gehumaniseerd CD19-specifiek monoklonaal antilichaam.

Registratie

Registratieroute Centraal (EMA)
Type traject Normaal traject
ATMP Nee
Indieningsdatum Maart 2025
Verwachte registratie December 2025
Weesgeneesmiddel Ja
Registratiefase Geregistreerd
Geneesmiddelensluis Opgenomen in de sluis
Aanvullende opmerkingen Positieve CHMP-opinie in november 2025. In december 2025 in de sluis geplaatst (Staatscourant 2025, 44898).

Therapeutische waarde

Huidige behandelopties R-lenalidomide kan toegepast worden in tweedelijns behandeling en verder, vooral bij recidief na eerdere Immuno-chemotherapie of als immuno chemotherapie te toxisch wordt geacht. Idelalisib kan worden ingezet bij FL refractair op (meer dan) twee eerdere therapielijnen. Ibrutinib kan worden ingezet vanaf de tweedelijn voor patiënten die te unfit/ frail zijn voor intensievere therapieën. Bispecifieke antistoffen en CAR-T zijn geïndiceerd als behandeling van R/R FL in de derdelijn en verder, vooral voor patiënten met ‘hoog risico’ factoren zoals eerdere POD24 en dubbel-refractoriteit (antiCD20 antistof en alkylerende therapie), mits vergoed.
Therapeutische waarde Nog geen inschatting mogelijk

This assessment does not indicate any potential inclusion in the package.

Onderbouwing De registratie van tafasitamab in combinatie met lenalidomide en rituximab (TAFA-R2) is gebaseerd op de fase 3, dubbelblinde, placebogecontroleerde, gerandomiseerde inMIND-studie. In deze studie zijn de effectiviteit en veiligheid van TAFA-R2 vergeleken met lenalidomide en rituximab (R2) bij patiënten met R/R FL (graad 1–3a). In de inMIND-studie werd het primaire eindpunt bereikt, met een statistisch significante en klinisch relevante langere progressievrije overleving (PFS) in de TAFA-R2-groep ten opzichte van de placebo-R2-groep. Bij een mediane follow-up van 14,1 maanden bedroeg de mediane PFS 22,4 maanden voor TAFA-R2 versus 13,9 maanden voor placebo-R2. Dit komt overeen met een PFS-winst van 8,5 maanden (circa 37 weken) in het voordeel van TAFA-R2. De hazard ratio bedroeg 0,43 (95% BI: 0,32–0,58; p < 0,0001), hetgeen overeenkomt met een 57% lager risico op ziekteprogressie of overlijden. Deze uitkomst bleek consistent met de PFS-resultaten volgens onafhankelijke beoordeling (IRC): de geschatte HR voor TAFA-R2 versus placebo-R2 was 0,41 (95% BI: 0,29-0,56). De mPFS in de TAFA-R2-groep was nog niet bereikt bij de data cutoff (23 februari 2024), tegenover 16,0 maanden (95% BI: 13,9–21,1) in de placebo-R2-groep. De vooraf gedefinieerde futiliteitsanalyse van de OS met een mediane follow-up van 15,3 maanden en 38 sterfgevallen, suggereren een verschil tussen TAFA-R2 en placebo-R2 met een HR van 0,59 (95% BI: 0,31–1,13). De OS-resultaten zijn nog niet matuur en blijven zich ontwikkelen. Daarom dienen deze gege-vens met de nodige voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd, binnen de context van deze in-dolente ziekte. Het PET-CR percentage bedroeg 49% in de TAFA-R2-groep vs. 40% in de placebo-R2-groep met een OR van 1,5 (95% BI 1,04–2,13; p=0,0286). De mediane TTNT werd in de TAFA-R2-groep nog niet bereikt, tegenover 28,8 maanden in de placebo-R2-groep, met een HR van 0,45 (95% BI 0,31–0,64; p<0,0001), wat duidt op een significant uitstel van noodzaak tot vervolgbehandeling. De kwaliteit van leven bleef vergelijkbaar tussen de behandelgroepen: toevoeging van TAFA aan R2 ging niet gepaard met een daling in patiënt-gerapporteerde uitkomsten (EQ-5D-5L, EORTC QLQ-C30, FACT-Lym). Het veiligheidsprofiel van TAFA-R2 vertoont een grote mate van overeenkomst met dat van R2 bij de behandeling van patiënten met R/R FL. De incidentie van behandelingsgerelateerde bijwerkingen (TEAE’s) van graad 3–4 was nagenoeg gelijk tussen beide behandelgroepen: 71% van de patiënten in de TAFA-R2-groep en 70% in de placebo-R2-groep rapporteerde ten minste één dergelijke bijwerking. Ook het percentage patiënten met ernstige TEAE’s was vergelijkbaar, met een lichte toename in de TAFA-R2-groep (36%) ten opzichte van de placebo-R2-groep (32%). Deze toename werd voornamelijk verklaard door een hogere frequentie van COVID-19-gerelateerde complicaties (waaronder COVID-19 en COVID-19-pneumonie), wat samenhangt met de pandemische context waarin de studie is uitgevoerd. De meeste bijwerkingen waren van voorbijgaande aard en goed te behandelen. Belangrijk is dat de toevoeging van TAFA aan het R2-schema niet leidde tot een toename van fatale TEAE’s: in beide behandelarmen traden fatale bijwerkingen op bij 2% van de patiënten. (3, 4)
Toedieningsfrequentie 3 maal per week
Dosis per toediening 12mg/kg
Bronnen NCT04680052 (INCMOR 0208-301); (1) Folliculair Lymfoom richtlijn dec 2023 (1); (2) Stevens, W.B.C., et al., Korte update van recente aanpassingen van de richtlijn Folliculair lymfoom. (3) NED TIJDSCHR HEMATOL, 2024. 21:357 -61; (4) Sehn et al. 2025. Tafasitamab, lenalidomide, and rituximab in relapsed or refractory follicular lymphoma (inMIND): a global, phase 3, randomised controlled trial. Published online December 5, 2025. https://doi.org/10.1016/S0140-6736(25)01778-7.
Aanvullende opmerkingen De aanbevolen dosering TAFA is 12mg per kg lichaamsgewicht, toegediend als intraveneuze infusie volgens het volgende schema: Cyclus 1 tot en met 3: infusie op dag 1, 8, 15 en 22 van de cyclus. Cyclus 4 tot en met 12: infusie op dag 1 en 15 van elke cyclus. Elke cyclus heeft 28 dagen. De aanbevolen startdosering LEN is 20mg per dag op dag 1 tot 21 van elke cyclus. De aanbevolen rituximab dosering is 375mg/ m2 intraveneus elke week in cyclus 1 op dag 1, 8, 15 en 22. en op dag 1 van elke 28 daagse cyclus van cyclus 2 tot en met 5. Patiënten kregen behandeling in cycli van 28 dagen voor 12 cycli (tafasitamab en lenalidomide) en 5 cycli (rituximab). De behandeling werd gestaakt in geval van onacceptabele toxiciteit, ziekteprogressie, gebrek aan werkzaamheid of intrekking van toestemming.

Verwacht patiëntvolume per jaar

Patiëntvolume 55 - 63

Market share is generally not included unless otherwise stated.

Bronnen 1. IKNL. NKR cijfers Folliculair Lymfoom 2025 [Available from: https://nkr-cijfers.iknl.nl/viewer/incidentie-per-jaar?language=nl_NL&viewerId=5541374c-53b1-47ec-bed3-6ed67a735145. 2. NVvH. Folliculair Lymfoom. Nederlandse Vereniging voor Hematologie; 2023 22-12-2023. 3. Stevens WBC, Brouwer RE, G.NY. van Gorkom, Snijders TJF, W D, Wondergem MJ, et al. Korte update van recente aanpassingen van de richtlijn Folliculair lymfoom. NED TIJDSCHR HEMATOL. 2024;21:357 -61. 4. Expert opinion. 2025 November 2025. 5. IKNL. Communicatie. 2025. 6. Nederland Z. Tafasitamab Horizonscan geneesmiddelen 2025 [Available from: https://www.horizonscangeneesmiddelen.nl/geneesmiddelen/c0b36bac-ef75-4931-8353-6f5554987e59. 7. Dinnessen MAA. Deciphering the epidemiology of follicular lymphoma. Population-based studies in the Netherlands: Universiteit van Amsterdam; 2022.
Aanvullende opmerkingen In Nederland werden in 2020–2022 jaarlijks respectievelijk 659, 717 en 748 nieuwe gevallen van FL geregistreerd via de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) (landelijke cijfers: 2023). Van 649 (2020), 697 (2021) en 735 (2022) patiënten was de stadiëring bekend. De verdeling volgens Ann Arbor-stadium laat zien dat relatief weinig patiënten in stadium I–II vallen, terwijl stadium IV het grootste aandeel vormt met respectievelijk 204, 245 en 253 patiënten per jaar. (1) De primaire systemische eerstelijnsbehandeling bestond conform landelijke richtlijnen (HOVON, NVvH) doorgaans uit chemo-immunotherapie met R-CVP, R-CHOP en R-bendamustine. (2, 3) Het aandeel patiënten behandeld in stadium II, III en IV bedroeg circa 32%, 48% en 48%, wat resulteert in respectievelijk 235, 266 en 268 behandelde patiënten in de jaren 2020–2022. (1) Ongeveer 7,4% van de geïdentificeerde populatie werd geclassificeerd als graad 3b en is op basis van communicatie met IKNL buiten de dataset gehouden. (5) Op basis van declaratiegegevens blijkt dat ongeveer 57% van de patiënten met een tweedelijns behandeling voor recidiverende of refractaire ziekte (R/R) start, overeenkomend met ongeveer 124 tot 142 patiënten per jaar. (4, 6) Na de eerstelijnsbehandeling transformeert 11% van de patiënten naar een agressievere vorm van FL die in de praktijk als DLBCL verder behandeld wordt. (7) Bij patiënten met een lange responsduur (>24 maanden) adviseren de richtlijnen herhaling van een eerder behandelschema. (2, 3) In de klinische praktijk gebeurt dit echter in beperkte mate. Op basis van expertinschatting ontvangt ongeveer 20% van de patiënten bij R/R FL een herhaling van hetzelfde eerstelijnsschema, meestal R-CVP. Daarnaast ondergaat ongeveer 10% van de recidiefpatiënten een ASCT. Een deel van de patiënten (ongeveer 15%) heeft bij recidief een lage tumorbelasting of voornamelijk lokale ziekteactiviteit, en wordt behandeld met R-mono of lokale radiotherapie. Voor de resterende patiëntenpopulatie (ongeveer 50%) wordt doorgaans gekozen voor systemische behandeling met R², dat in de huidige Nederlandse praktijk geldt als de meest gebruikte tweedelijnsoptie voor zowel patiënten met POD24 als voor patiënten met een later recidief. (4) Daarmee komen jaarlijks naar schatting 55-63 patiënten in aanmerking voor een behandeling met TAFA-R2.

Verwachte kosten per patiënt per jaar

Kosten < 70,000.00

This amount gives an indication of the total cost. It is the result of the average expected patient volume times the average cost per patient. both per year.

Bronnen G-Standaard Z-Index
Aanvullende opmerkingen Lijstprijs is €671.90 per flacon van 200mg.

Mogelijke totale kosten per jaar

Totale kosten 4,130,000.00

Off-label gebruik

Off-label gebruik Nee

Indicatieuitbreiding

Overige informatie

Aanvullende opmerkingen Op 31 december 2025 is in de Staatscourant de regeling gepubliceerd waarmee de indicatie uitbreiding van Minjuvi (tafasitamab) in de sluis is geplaatst.