Broodtekst

Deze geneesmiddelen zijn in maart 2026 goedgekeurd door de European Medicines Agency (EMA) en voldoen aan de criteria voor de sluis.

Nadofaragene firadenovec (Adstiladrin)

Adstiladrin is geïndiceerd als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met Bacillus Calmette-Guérin (BCG)-resistente niet-spierinvasieve blaaskanker (NMIBC) met carcinoma in situ (CIS), met of zonder papillaire tumoren. Nadofaragene firadenovec voldoet bij deze indicatie aan het sluiscriterium dat het €20 miljoen of meer per jaar kost om dit geneesmiddel in heel Nederland te gebruiken bij een of meer nieuwe indicaties.

Lurbinectedine (Zepzelca)

Zepzelca, in combinatie met atezolizumab, is geïndiceerd voor de onderhoudsbehandeling van volwassen patiënten met gevorderd kleincellig longcarcinoom (ES‑SCLC) bij wie er geen ziekteprogressie is na eerstelijns inductietherapie met atezolizumab, carboplatine en etoposide. In 2027 wordt de indicatie uitgebreid naar: “Lurbinectedine als monotherapie of in combinatie met irinotecan voor de tweedelijnsbehandeling van recidiverend kleincellig longkanker bij volwassenen en ouderen bij wie een eerdere platina-bevattende chemotherapie niet heeft aangeslagen, al dan niet in combinatie met anti-PD-1- of anti-PD-L1-middelen”

Lurbinectedine voldoet bij deze twee indicaties tezamen aan het sluiscriterium dat het €20 miljoen of meer per jaar kost om dit geneesmiddel in heel Nederland te gebruiken bij een of meer nieuwe indicaties.

Tarlatamab (Imdylltra)

Imdylltra is geïndiceerd als monotherapie voor de behandeling van volwassen patiënten met gevorderd kleincellig longcarcinoom (ES‑SCLC), die systemische therapie nodig hebben na ziekteprogressie tijdens of na eerstelijnsbehandeling met op platina gebaseerde chemotherapie. Tarlatamab voldoet bij deze indicatie aan het sluiscriterium dat het €20 miljoen of meer per jaar kost om dit geneesmiddel in heel Nederland te gebruiken bij een of meer nieuwe indicaties.
De onderbouwing van de opname in de sluis van Adstiladrin, Zepzelca en Imdylltra staat in ons advies welk te vinden is onderaan deze pagina.

Sluis voor dure geneesmiddelen

Ieder jaar komen veel nieuwe geneesmiddelen op de markt. Veel geneesmiddelen die onderdeel zijn van een medisch-specialistische behandeling, zijn na hun toelating tot de markt snel beschikbaar voor patiënten. Deze geneesmiddelen worden direct vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering. Bij heel dure medicijnen kan het Zorginstituut de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) adviseren om ze vooralsnog uit het basispakket te houden. De Minister kan dan besluiten om die middelen tijdelijk in ‘de sluis voor dure geneesmiddelen’ te plaatsen. Nadat een geneesmiddel in de sluis is geplaatst, kan er een beoordeling volgen van het Zorginstituut of het middel wel of niet vergoed moet worden uit het basispakket. In deze beoordeling weegt het Zorginstituut de baten af tegen de kosten en adviseert de Minister of er met de fabrikant onderhandeld moet worden om de kosten te verlagen. De Minister besluit uiteindelijk of een geneesmiddel wordt opgenomen in het basispakket. Deze sluisprocedure heeft tot doel om het basispakket van verzekerde zorg betaalbaar en toegankelijk te houden.

De criteria voor de sluis

Medisch-specialistische geneesmiddelen komen in aanmerking voor de sluis wanneer de kosten worden ingeschat op meer dan €20 miljoen per jaar of als de kosten per patiënt hoger zijn dan €50.000 en in totaal meer dan €10 miljoen per jaar.

Horizonscan Geneesmiddelen

Het advies tot sluisplaatsing wordt mede gebaseerd op informatie uit de Horizonscan Geneesmiddelen. Dit is een zo volledig en objectief mogelijk overzicht van nieuwe geneesmiddelen en nieuwe indicaties die op de markt verwacht worden.